Het nieuwe rijden (uitgebreid)

Ik had in het verleden al eens geblogd over “het nieuwe rijden”.

Aangezien mobiliteit veroorzaker is van gemiddeld 30% van onze persoonlijke CO2 uitstoot, is het belangrijk genoeg om hier nog eens wat dieper op in te gaan.

Vandaar dit uitgebreider artikel….

   

U zult waarschijnlijk wel eens gehoord hebben van de term “Het Nieuwe Rijden”, een door de Nederlandse overheid gelanceerd programma ommensen bewuster temaken van het effect van hun rijstijl op het brandstofverbruik. Aanpassing van rijstijl kan niet alleen helpen omhet benzineverbruik, en daarmee dus ook broeikasgassen, te reduceren,maar scheelt ook aanmerkelijk in de kosten!
Deze review bevat de belangrijkste informatie van de website www.hetnieuwerijden.nl .

Programma Het Nieuwe Rijden heeft als doel om automobilisten, beroepschauffeurs en wagenparkbeheerders aan te zetten tot een energie-efficiënter aankoop- en rijgedrag. Behalve een positief effect op het energiegebruik en de CO2-emissie heeft Het Nieuwe Rijden ook positieve effecten op o.a. de uitstoot van overige emissies, de verkeersveiligheid en het onderhoud van voertuigen.

Het programma Het Nieuwe Rijden richt zich op gedragsbeïnvloeding op het niveau van individuele voertuiggebruikers en wagenparkbeheerders. Zij worden gestimuleerd Het Nieuwe Rijden toe te passen. Naast energiebesparing en CO2-emissiereductie heeft Het Nieuwe Rijden ook andere voordelen. Het Nieuwe Rijden bespaart brandstof, is veiliger en comfortabeler.

Tips

Het Nieuwe Rijden bestaat hoofdzakelijk uit negen tips. We vatten deze eerst kort samen. Daarna volgt een uitgebreide toelichting voor elke tip.

Tip 1 Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling.
Tip 2 Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling.
Tip 3 Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op het overige verkeer.
Tip 4 Ziet u dat u snelheid moet minderen of stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de versnelling van dat moment uitrollen.
Tip 5 Zet de motor ook af bij kortere stops.
Tip 6 Controleer maandelijks de bandenspanning.
Tip 7 Maak, indien mogelijk, gebruik van accessoires, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer.
Tip 8 Let bij de aanschaf van een nieuwe auto op het energielabel.
Tip 9 Ga bewust om met energievreters

Meer uitleg bij de tips
Tip 1: Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling.Tussen de 2.000 en 2.500 toeren. Dit geldt voor zowel benzine-, diesel- als LPG-auto’s. Een deel van het vermogen dat een automotor levert gaat verloren aan inwendige wrijvingsverliezen. Deze verliezen zijn evenredig met het toerental. Wanneer u met lage toerentallen rijdt blijven deze verliezen tot een minimum beperkt, wat gunstig is voor het brandstofverbruik. Bovendien neemt de efficiëntie van een automotor toe naarmate hij zwaarder belast wordt (lees: er bij lage toerentallen meer gas gegeven wordt). De energie wordt dan efficiënter opgewekt. Het meest efficiënt rijdt u zodoende door bij het optrekken zo snel mogelijk naar hogere versnellingen over te schakelen (lage toerentallen) en daarin relatief veel gas te geven. Dat gaat in een hoge versnelling automatisch omdat u dan veel gas moet geven om vlot op te kunnen trekken.

Om optimaal van de efficiëntie van een automotor gebruik temaken kunt u bij benzine- en LPG-motoren eenmaximum schakeltoerental van 2500 aanhouden. Aangezien dieselmotoren hun efficiëntie in de regel al bij lagere toerentallen ontwikkelen dan benzine-motoren, kunt u hiervoor eenmaximum schakeltoerental van 2000 toeren perminuut aanhouden. Een toerenteller is hierbij eenhandig hulpmiddel. Dit schakeladvies geldt voor handgeschakelde auto’s,maar ook voor een automatische versnellingsbak. Dezemanier van schakelen is bovendien niet slecht voor demotor.
Tip 2: Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnellingBij het opbouwen van snelheid (versnellen, accelereren) wordt de energie uit de brandstof omgezet in bewegingsenergie van de auto. Een deel van deze energie wordt weer vernietigd zodra er geremd wordt.

Dat bij het remmen veel energie wordt vernietigd kunt u zelf constateren na een aantal keren stevig remmen. De remschijven zijn dan gloeiend heet, omdat de bewegingsenergie van de auto door de wrijving is omgezet in warmte. Optrekken en remmen kost dus veel energie, dat merk je aan de ene kant aan hoe heet de remmen worden, maar blijkt ook duidelijk uit het feit dat je voor het rijden van 50 km/h constant in een gemiddelde auto, slechts 5 kW nodig hebt (bij 120 km/h loopt dit op tot circa 25 kW). De overige 90% (of meer) van het motorvermogen is enkel nodig om snel op te trekken of heel hard te rijden. Door zoveel mogelijk met gelijkmatige snelheden te rijden heb je dus de minste energie nodig en voorkom je dat energie verloren gaat en wordt dus brandstof bespaard. Het advies is dan ook om optrekken en afremmen zoveel mogelijk te vermijden.

Een cruise controle is een goed hulpmiddel voor het rijden met gelijkmatige snelheid. Het rijden met een zo constant mogelijke snelheid heeft naast een gunstig effect op het verbruik, ook een positief effect op de uitstoot van uitlaatgasemissies (zoals CO2 en NOx), de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en het comfort aan boord van een auto. Laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling Bij constante snelheden is het benodigde vermogen vrij laag. Omdat vermogen wordt verkregen door ‘kracht maal toerental’, kan een constante snelheid met heel weinig toeren worden verkregen en kan dus zonder problemen een hoge versnelling worden ingeschakeld. En dat spaart ook brandstof zoals weergegeven in tip 1. Dit is bovendien niet slecht voor de motor.

Tip 3: Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op het overige verkeer.Om zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid te kunnen rijden (zoals besproken in tip 2) is het van belang te anticiperen op het overige verkeer om zodoende niet onnodig of abrupt te hoeven remmen of gas geven. Bijvoorbeeld bij het naderen van verkeerslichten, het inhalen van medeweggebruikers, zoals tractoren en fietsers, maar ook bij het rijden op een drukke snelweg, kan het vooraf goed inschatten van wat het overige verkeer gaat doen, grote invloed hebben op de gelijkmatigheid van de snelheid van uw auto. Veel zaken kun je immers al ver van tevoren zien aankomen.

Tip 4 Ziet u dat u snelheid moet minderen of stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de versnelling van dat moment uitrollen.Moderne auto’s: benzine- en dieselauto’s met een injectiemotor, meestal vanaf bouwjaar 1990, zijn voorzien van een elektronische functie die de brandstoftoevoer naar de motor onderbreekt wanneer er op de motor wordt afgeremd (gas wordt losgelaten in de versnelling). Dit onderbreken is mogelijk omdat de motor dan via de wielen wordt aangedreven, en deze zichzelf dus niet ‘aan de gang’ hoeft te houden, zoals dat bij stationair (in de vrij) draaien het geval is. De voordelen voor het brandstofverbruik van deze onderbrekingsfunctie kunt u maximaal benutten door tijdig het gas los te laten, bijvoorbeeld als u een verkeerslicht nadert. Dit vermindert bovendien de slijtage van de remmen, waardoor de levensduur hiervan verlengd wordt en de onderhoudskosten omlaag gaan. Net als bij het rijden met een zo constant mogelijke snelheid heeft het op deze manier afremmen op de motor naast een gunstig effect op het verbruik, ook een positief effect op de uitstoot van uitlaatgasemissies (zoals CO2 en NOx), de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en het comfort aan boord van een auto.

Oudere auto’s: voor oudere benzineauto’s met een carburateur en oudere diesels, meestal van vόόr bouwjaar 1990, maakt het voor het brandstofverbruik niet zoveel uit of je het voertuig in of uit de versnelling laat uitrollen, aangezien een carburateur een mechanisch onderdeel is en niet voorzien is van elektronica die de brandstoftoevoer geheel kan afsluiten. Deze auto’s verbruiken bij afremmen op de motor ongeveer net zoveel brandstof als bij stationair draaien. Het tijdig loslaten van het gas voorkomt hier natuurlijk wel dat er onnodig hard moet worden afgeremd (energie vernietigd). Ook hier geldt echter dat afremmen op de motor de levensduur van de remmen ten goede komt.

Tip 5 Zet de motor ook af bij kortere stops.Zoals bij een openstaande brug, bij een spoorwegovergang, in de file, wanneer u iemand afhaalt, etc. Start u weer, doe dit dan zonder gas te geven.

Het brandstofverbruik van een motor die stationair (onbelast) draait kan afhankelijk van het motortype oplopen tot 0,5 liter per uur. Vandaar dat het consequent afzetten van de motor al gauw tot interessante besparingen kan leiden. Vuistregel is dat bij langer dan 1 minuut stilstaan het al zinvol is om de motor af te zetten. Hou wel in de gaten of de verkeersveiligheid het toelaat de motor af te zetten.

Bij de meeste auto’s hoeft het gaspedaal niet te worden ingetrapt wanneer de motor wordt gestart. Het motormanagement regelt een correcte start. Zo kost starten geen extra brandstof.

Tip 6 Controleer maandelijks de bandenspanning.Een belangrijk deel van de energie voor de aandrijving van een auto gaat op aan de rolweerstand. Een bandenspanning die 25% te laag is verhoogt de rolweerstand met 10%, waardoor het brandstofverbruik met circa 2% toeneemt. Een band met een te lage spanning verhoogt echter niet alleen het brandstofverbruik, maar verkort ook de levensduur van die band en beïnvloedt de wegligging van een auto nadelig.

De praktijk leert dat u om zeker te zijn van een correcte bandenspanning deze minstens één keer per maand moet controleren (en indien nodig corrigeren). De bandenspanning dient altijd met koude banden gecontroleerd te worden. Dat wil zeggen dat u er niet meer dan 3 kilometer mee moet hebben gereden, anders dient u minstens 10 minuten te wachten tot de banden zijn afgekoeld. Een fabrikant schrijft vaak twee adviesspanningen voor: één voor het rijden in onbeladen toestand en één voor het rijden met volle belading. Deze adviesspanningen zijn te vinden in het instructieboekje, maar vaak ook op stickers op bijvoorbeeld de deurpost, op de achterkant van de zonneklep of aan de binnenkant van het benzineklepje.

Waarom uw bandenspanning elke maand controleren?

Door regelmatige controle van uw banden en het op spanning houden van uw banden bespaart u al snel één tot twee volle tanks per jaar. Dat kan oplopen tot 125,- per jaar. Als we dat doorrekenen naar alle automobilisten in Nederland zou dat een besparing opleveren van minstens 110 miljoen liter brandstof per jaar! Dit is niet de enige reden om uw bandenspanning minimaal één keer per maand te controleren. Er zijn nog drie belangrijke redenen:

Meer veiligheid: zachte banden hebben tot gevolg dat uw auto minder grip heeft op het asfalt. Dit betekent een langere remweg en een hogere slipkans. Banden met voldoende druk zorgen voor een betere wegligging en een kortere remweg.

Meer rijcomfort: voldoende lucht in de banden zorgt samen met de schokdempers voor het opvangen van onregelmatigheden onderweg.

Minder slijtage: als uw banden 20% te zacht zijn, dan verkort u de levensduur met een kwart. In plaats van 80.000 kilometer rijdt u dan nog maar 60.000 kilometer met een setje banden.

Tips voor een juiste bandenspanning

Regelmatige controle van de spanning: elke band verliest geleidelijk lucht. Check daarom elke maand even uw bandenspanning bij de bandenspecialist, tankstation of autobedrijf. Er zijn ook bandenspanningsmeters verkrijgbaar waarmee u zelf thuis regelmatig de spanning kunt controleren.

Controleer de banden in koude toestand: tijdens het rijden wordt de band warm en loopt de spanning op. Controleer de bandenspanning daarom voordat u meer dan drie kilometer heeft gereden.

Welke spanning hebben mijn banden nodig? U kunt de correcte bandenspanning voor uw auto vinden in het instructieboekje van uw auto, een sticker in de deurstijl aan de chauffeurszijde of aan de binnenkant van het tankklepje. U kunt de spanning ook opzoeken op onderstaande site: www.houddespanningerin.nl De bandenspanning voor uw caravan kunt u achterhalen in het instructieboekje van uw caravan. ANWB-leden kunnen bellen met de Caravanadvieslijn op tel. 070 – 314 50 70.

Let op voelbare en zichtbare afwijkingen: vaak merkt u vanzelf dat er iets mis is. U voelt dit door een afwijkend weggedrag of door geluiden die u anders nooit hoort. Stop in dat geval even en bekijk uw banden. Mocht u een scheurtje of een spijker ontdekken, dan zit er maar één ding op: ter plekke uw band vervangen door de reserveband en dan naar een professional voor een reparatie.

Vergeet uw reserveband niet: de reserveband krijgt de hoogste adviesspanning. Bij een lekke band kan de reserveband meteen z’n werk doen.

Het ventieldopje: een klein detail misschien, maar wel belangrijk. Een ventieldopje houdt vuil en stof buiten en lucht in de band.

Tegenwoordig zijn er al diverse auto’s op de markt met systemen die elektronisch de bandenspanning in de gaten houden, en indien nodig de bestuurder attenderen op een te lage spanning. Dergelijke systemen zijn ook achteraf nog bij een auto in te bouwen.

Tip 7 Maak, indien mogelijk, gebruik van accessoires, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer.Maak, indien mogelijk, gebruik van in-car apparatuur, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer. Auto’s zijn tegenwoordig vaak standaard uitgerust met apparatuur die kan assisteren bij een efficiënt, veilig en comfortabel rijgedrag.

De techniek helpt u een handje
Het Nieuwe Rijden vraagt om een actieve houding van de automobilist: aangepast rijgedrag, regelmatig onderhoud en maandelijkse controle van de bandenspanning. Om het u gemakkelijker te maken zijn er een paar handige accessoires op de markt. Voorbeelden van brandstofbesparende accessoires:

Toerenteller
Een toerenteller helpt bij het bepalen van het juiste toerental om op te schakelen naar een hogere versnelling (tip 1).

Cruise control
Een cruise control kan de snelheid van een auto veel beter constant houden (tip 2) dan dat zelfs een geoefende bestuurder kan. Bovendien voorkomt het gebruik van een cruise control dat ongemerkt de snelheidslimiet wordt overschreden, wat bekeuringen uitspaart en voorkomt dat het brandstofverbruik (ongewild) sterk oploopt. Het brandstofverbruik neemt namelijk boven 100 km/uur bijna kwadratisch toe met de rijsnelheid.

Boordcomputer
In veel auto’s zit tegenwoordig een boordcomputer met een variëteit aan functies, waaronder vaak ook het gemiddelde en actuele brandstofverbruik. Daarmee heeft een bestuurder altijd een directe terugkoppeling van de effecten van zijn of haar rijgedrag op het brandstofverbruik. U leert dus welk rijgedrag welke invloed heeft op het brandstofverbruik.

Econometers en schakelindicatoren
Econometers en schakelindicatoren zijn in sommige, vooral oudere, auto’s ingebouwd, maar ook in nieuwe auto’s zie je weer steeds vaker schakelindicatoren. Zij helpen de bestuurder zijn rijgedrag te optimaliseren.

Snelheidsbegrenzers en/of toerenbegrenzers
Snelheidsbegrenzers en/of toerenbegrenzers zijn hulpmiddelen tegen het ongemerkt of ongewild overschrijden van bepaalde snelheden en toerentallen, die de bestuurder zelf kan instellen. Diverse auto’s die tegenwoordig op de markt zijn, zijn hier reeds mee uitgerust. Ook wagenparkbeheerders bouwen steeds vaker begrenzers in bij bestelwagens.

Voor al deze accessoires geldt dat ze (brandstof-)besparingen opleveren van gemiddeld 5%.

Brandstofbesparende accessoires zijn vrijgesteld van Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) bij inbouw in een nieuwe auto. Dit maakt de aanschaf van een nieuwe auto met ingebouwde brandstofbesparende accessoires aantrekkelijker.

Tip 8 Let bij de aanschaf van een nieuwe auto op het energielabelAls u binnenkort een auto gaat kopen kunt u op een aantal manieren zorgen dat uw brandstofkosten in de toekomst niet te hoog worden. U kunt letten op de grootte van de auto, het bouwjaar, het brandstofverbruik en het type brandstof. Per 1 juli 2006 is er een nieuwe belastingmaatregel ingegaan. Sindsdien wordt de aanschafbelasting op een nieuwe personenauto afhankelijk van het energielabel.

In het algemeen geldt dat kleinere auto’s zuiniger zijn dan grotere auto’s. Daarnaast zijn nieuwe auto’s veel schoner dan oudere auto’s. Dit is goed voor het milieu en de luchtkwaliteit.
Voor het milieu is ook het type brandstof van belang. Bij een vergelijking van auto’s van hetzelfde bouwjaar en type is een auto op LPG met G3 installatie het minst milieubelastend. Nieuw zijn de hybride auto’s die een zeer zuinige benzinemotor combineren met een elektromotor. Met een hybride auto is uw brandstofverbruik helemaal laag.

Als u al weet hoe groot uw auto ongeveer moet zijn kunt u het brandstofverbruik van alle (nieuwe) auto’s in dat segment met elkaar vergelijken. Dit kan gemakkelijk met het energielabel.

Het energielabel maakt brandstofverbruik zichtbaar
Op het energielabel voor personenauto’s ziet u direct hoeveel brandstof een nieuwe personenauto verbruikt en hoeveel CO2 deze uitstoot. U komt het energielabel tegen als u bij de dealer op zoek gaat naar een nieuwe auto.
Net als bij koelkasten en wasmachines, moet de dealer op alle nieuwe auto’s een energielabel aanbrengen.

De zuinigheidscategorie
De zuinigheidscategorie geeft aan hoe zuinig of onzuinig een auto is ten opzichte van andere auto’s die net zo groot zijn. Op deze manier kunt u snel het verbruik van ongeveer even grote auto’s met elkaar vergelijken. De categorieën worden aangegeven met de letters A tot en met G en met kleuren: (drie tinten) groen voor zuinig, geel voor gemiddeld en (drie tinten) rood voor onzuinig.

Auto’s met een groen label (A-, B- of C-label) zijn zuiniger dan andere auto’s van dezelfde grootte. Het is dus altijd de moeite waard om op het energielabel te letten.

De gegevens over brandstofverbruik staan niet alleen op het energielabel. U kunt bij de dealer ook een brandstofverbruiksboekje krijgen met daarin de brandstofverbruiksgegevens van alle nieuwe auto’s die op de Nederlandse markt te koop zijn. Ook moet er in elke showroom een affiche hangen met het brandstofverbruik en de CO2 uitstoot van alle nieuwe auto’s van dat merk. En, alle advertenties waarin een nieuwe auto wordt afgebeeld, moeten het brandstofverbruik van het betreffende model vermelden.

Het energielabel stelt u beter in staat om bij uw keuze voor een nieuwe auto rekening te houden met het brandstofverbruik. Een lager brandstofverbruik betekent voor u minder kosten en voor het milieu minder uitstoot van het broeikasgas CO2.

Energieverbruik opzoeken?

  • Als u het merk en type van een auto weet kunt u het verbruik en het label van de auto hier opzoeken.
  • Het brandstofverbruiksboekje met een overzicht van alle (moderne) auto’s met label en brandstofverbruik kunt u hier aanvragen.

Tip 9 Ga bewust om met energievretersNaast het type auto en uw rijstijl wordt uw brandstofverbruik nog door een aantal andere factoren bepaald:

Snelheid
De meeste auto’s leggen een bepaalde afstand het zuinigst af bij circa 90 km/uur. Boven de 100 km/uur neemt het brandstofverbruik snel toe. Een constante snelheid van 70 tot 90 km per uur, afhankelijk van het type auto, geeft een gemiddeld verbruik van 5,4 liter brandstof per 100 km. Bij een constante snelheid van 120 km is dat 7,7 liter (42% meer), en bij een snelheid van 140 km is dat 9,4 liter (74% meer).

Het gebruik van apparatuur
Het gebruik van apparatuur verhoogt het brandstofverbruik. De grootste brandstofverbruiker is de airconditioning. Als de airco op half vermogen aanstaat, neemt het brandstofverbruik met 3 tot 10 procent toe.

Airconditioning kan, als deze vaak wordt gebruikt, leiden tot een meerverbruik van 25% aan brandstof. Gebruik met beleid (alleen indien nodig) kost ongeveer 10% meer brandstof. De airconditioning moet uiteraard gebruikt worden als het de veiligheid ten goede komt of wanneer het erg warm is, maar het is bijvoorbeeld niet nodig om de temperatuur op 18 graden te stellen als het buiten 25 graden is.

Tips voor het efficiënt gebruik van de airco:

  • Rijd bij hoge temperaturen in de zomer eerst een paarminutenmet de ramen open, sluit daarna de ramen en schakel dan pas de airco in; de gewenste binnentemperatuur wordt zo eerder bereikt.
  • Schakel de airco enkeleminuten na het starten van demotor in; dit bespaart brandstof en voorkomt onnodige slijtage van de installatie.
  • Schakel de airco uit voordat demotor uitgezet wordt: dit voorkomt geurvorming door condensvorming en bacteriegroei.
  • Gebruik de aircominstens één keer permaand; ook dit voorkomt geurvorming door condensvorming en bacteriegroei.
  • Voorkomverstopping: houd de luchtinlaten vrij van blad en ander vuil.

De achterruitverwarming zorgt voor 4% tot 7% meerverbruik van het brandstof. Ook hier geldt uiteraard: wel gebruiken wanneer de veiligheid dat vraagt. Sommige achterruitverwarmingen schakelen automatisch uit na 7 of 8 minuten. Is de ruit eerder schoon, dan kunt u de achterruitverwarming eerder uitzetten.
Ook de blower en bijvoorbeeld zware muziekinstallaties verhogen het brandstofverbruik. U kunt de apparatuur dus het best uitzetten als deze niet (meer) nodig is.

Luchtweerstand
Autofabrikanten doen hun best om auto’s zo gestroomlijnd mogelijk te maken. Hierdoor is de luchtweerstand zo klein mogelijk. Een grote luchtweerstand zorgt er namelijk voor dat het brandstofverbruik flink toeneemt. Alles wat u op of aan de auto bevestigt zorgt ook voor een hoger brandstofverbruik.

Haal uw dakkoffer, imperiaal of fietsenrek dus van de auto zodra u deze niet meer nodig heeft. Hieronder staan een aantal voorbeelden. Alle auto’s rijden 120 km/uur. Naast elke auto is aangegeven wat het brandstofverbruik is. Dit neemt snel toe als de stroomlijning afneemt.

9,3 liter per 100 km
10,8 liter per 100 km: + 16%
12,9 liter per 100 km: + 38%

De tweede auto geeft aan wat het meerverbruik is van bijvoorbeeld een ski-box op het dak. Veel mensen laten zo’n skibox de hele vakantie erop zitten omdat deze mooi gestroomlijnd is. Het brandtsofverbruik neemt echter flink toe en dakkoffers veroorzaken ook meer windgeruis.
De derde auto is beladen met een klassieke imperiaal. Als het nodig is, is het nodig, maar dit kost wel bijna 40% meer brandstof.

Tot slot zorgt het rijden met de ramen open ook meer brandstof.

Gewicht in de auto
Alles wat u meeneemt in de auto zorgt voor een hoger brandstofverbruik. De gemiddelde automobilist neemt veel overbodige kilo’s mee. Sommige kofferruimtes van auto’s lijken op rijdende gereedschapskisten. Zorg dus dat u spullen die u niet nodig heeft thuis laat. In de zomer kunt u de sneeuwkettingen bijvoorbeeld thuis laten. Elke 10 kg extra gewicht betekent 0,1 liter meerverbruik per 100 kilometer.

Tot slot geldt dat een goed onderhouden auto een lager brandstofverbruik heeft en minder emissies uitstoot. Bovendien rijdt zo’n auto veiliger en comfortabeler.

Bron: Het Nieuwe Rijden

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Algemeen

HR Cv-ketels in combinatie met warmtepomp in opkomst

Meer ketelfabrikanten komen met hybride systemen

Den Haag – Bij een hybride systeem functioneert een lucht/water-warmtepomp naast een hr-ketel. Enkele grote ketelfabrikanten komen met een dergelijk systeem.
In een paar jaar tijd is de markt overspoeld met lucht/water-warmtepompen. Ze fungeren meestal als monovalent systeem. Een ketel ontbreekt en zelfs bij winterse temperaturen dient de buitenlucht als energiebron. Dat is geen ideale situatie, vanwege teruglopende rendementen.

Piekketel

Het is daarom beter om bij vrieskou over te schakelen op aardgasverwarming. In utiliteitsgebouwen is bijna altijd sprake van zo’n bivalent verwarmingssysteem van warmtepomp en piekketel die meestal ook het tapwater verwarmt. Voor woonhuisverwarming is een bivalent of hybride systeem minder gangbaar.

Fabrikanten

Maar daar komt verandering in. Enkele grote ketelfabrikanten, Nefit, Vaillant en Ferroli, komen met een dergelijk systeem. En de pionier van het eerste uur, Itho Daalderop, heeft zijn systeem verder verbeterd. In de uitvoering verschillen de hybrides.

Luchtunit

Zo heeft de lucht/water-warmtepomp van Vaillant een vermogen van 3 kW en wordt als losse wandhangende binnenunit geplaatst bij de ketel. De unit bevat het complete warmtepompcircuit met verdamper, compressor en condensor. In een aparte luchtunit wordt energie uit buitenlucht- en eventueel ventilatielucht onttrokken.

Pomp

Deze luchtunit -met alleen een ventilator en warmtewisselaar- kan dichtbij luchtopeningen worden geplaatst. Er zijn dan geen lange luchtkanalen nodig. De warmtewisselaar in de luchtunit is met een waterglycol-mengsel met de verdamper in de warmtepompunit verbonden. Een circulatiepompje zorgt voor de waterflow.

Bron: Cobouw/Gawalo

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Duurzaam

Delta gaat 5 snelladers in Zeeland plaatsen

Als bestuurder van een electrische auto is dat nog eens goed nieuws, de provincie Zeeland krijgt dankzij Delta als eerste provincie in nederland een dekkend netwerk van snellaad stations voor elektrische auto’s!

Hopelijk volgen andere energiebedrijven en provincie’s snel dit goede voorbeeld en kunnen bestuurders van een elektrische auto straks niet alleen in Zeeland onbezorgt rondtoeren maar ook in heel Nederland. Top!

Zie hieronder het bericht vanuit Delta:

DELTA realiseert Zeeuws snellaadnetwerk voor elektrische auto’s

Middelburg, 3-5-2012

Voor het einde van dit jaar realiseert DELTA, samen met een aantal nog te selecteren partners, vijf snellaadlocaties voor elektrische auto’s. De snellaadpunten komen op strategische locaties in de provincie Zeeland. Met dit snellaadnetwerk vult DELTA een belangrijke voorwaarde in om elektrisch rijden in Zeeland tot een succes te maken. Zeeland is hiermee de eerste provincie in Nederland met een dekkend netwerk van snellaadlocaties.

De elektrische auto is voor DELTA een belangrijke schakel in de reductie van CO2 en de doelstelling om in 2050 CO2 neutraal te zijn. Om elektrisch vervoer in Zeeland een goed alternatief voor de huidige brandstoffen te laten zijn, draagt DELTA bij aan een provinciedekkend snellaadnetwerk.

Snelladen
Veel elektrische auto’s hebben de mogelijkheid om te snelladen. Hierbij wordt met hoge stroomsterkte en een hoge spanning de auto in minder dan dertig minuten volledig opgeladen. Bij een normaal oplaadpunt kost het volledig laden van een elektrische auto ongeveer 8 uur.

Uit onderzoek blijkt dat bestuurders van elektrische voertuigen angst ervaren stil te komen staan. Met een dekkend netwerk aan snellaadpunten wordt deze angst weggenomen. Er is immers altijd een snellaadpunt in de buurt. Door een netwerk van strategisch geplaatste snellaadpunten wordt elektrisch vervoer ook voor zakelijke doeleinden aantrekkelijker gemaakt.

Presentatie donderdag 3 mei
Tijdens de EV-tour, een thema-middag rondom elektrisch vervoer in de gemeente Tholen op donderdag 3 mei, maakt DELTA de plannen voor het snellaadnetwerk bekend. Dat gebeurt rond 16.30 uur in Anna Jacobapolder

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: DELTA, Duurzaam
Tags: ,

(na)isoleren spouwmuur?

Woningen van voor 1970 zijn vanuit de bouw normaal gesproken niet voorzien van enig isolatie materiaal.
Nieuwbouw woningen die na 1970 zijn gebouwd zijn vanuit de bouw vaak al wel voorzien van isolatie in de spouwmuren. Van 1970 tot ca. 1980 zijn de muren echter vaak voorzien van maar heel weinig (lees: dunne) isolatie in de spouwmuren, tussen de 1 en 3 cm dik. Dit terwijl de totale spouwbreedte meestal 5-7 cm is.
De spouwmuur van deze woningen kunnen daarom vaak nog goed bijgevuld worden met isolatie materiaal, hiervoor dient minimaal 3 cm vrije ruimte aanwezig te zijn voor isoparels en PUR schuimen en 4 cm voor wolsoorten.

Natuurlijk moet de na-isolatie van uw woning wel goed gebeuren. Kijk voor leveranciers op bijvoorbeeld www.VENIN.nl Vraag in ieder geval een deskundige om advies en offerte.

Het beter isoleren van onder andere de gevels kan u heel wat extra besparing en comfort opleveren!.

 

 

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Tip van de week

Diekendamme duurzaamheid wedstrijd van Borsele

Onlangs (23 April 2012) is met een startbijeenkomst in “de Stenge” in Heinkenszand een uniek project van start gegaan genaamd “Duurzaam Diekedamme”.

De inzet is om in Borsele één van de meest duurzame dorpen van Nederland te ontwikkelen. Het project ‘Duurzaam Diekendamme’ is een wedstrijd, waarbij het dorp dat het beste plan maakt om het eigen dorp ‘duurzaam’ te maken € 50.000 (en meer) ontvangt. Alle 15 dorpen in de gemeente kunnen er aan mee doen. De prijs wordt eind 2012 uitgereikt.

Deze website is vooral bedoeld voor de deelnemende dorpsteams en mensen met interesse voor duurzame ontwikkeling op lokaal niveau. U vindt informatie over het project, het maken van een dorpsplan en de verschillende duurzaamheid thema’s.
Hier de link: http://www.diekendamme.nl/

Het zal me benieuwen hoe deze wedstrijd aanslaat in de Gemeente Borsele, het is in ieder geval een uitdagende wedstrijd met een zeer brede omschrijving van het woord duurzaamheid. Ik ben benieuwd naar de hopelijk zeer originele en ook uitvoerbare ideeën!

Ik wens de deelnemers veel succes en wellicht kan ik (Delta) op verzoek, de deelnemers nog helpen.
Wie weet zien we elkaar op 10 Mei, want dan is de inspiratiebijeenkomst gepland van deelnemers, organisatie en andere ondersteunende partijen.

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Duurzaam

Japanse Zonnecentrale op zee?

7673-kyocera-zonneparkEen consortium van Japanse bedrijven heeft aangekondigd in Kagoshima een zonnecentrale in zee met een oppervlakte van 1,27 miljoen vierkante meter. Kyocera zal het consortium gaan leiden en wil samen met onder andere machinegigant IHI en Mizuho Corporate Bank al in juli beginnen met de bouw van de zonnecentrale. In totaal wil Kyocera 290.000 multikristallijnen zonnepanelen plaatsen met een totaal vermogen van 70 MW. Hiermee zou het de grootste zonnecentrale van Japan worden en 22.000 huishoudens van stroom kunnen voorzien.
De aankondiging komt op het moment dat Japan nog steeds wordt geplaagd door een elektriciteitstekort, dat wordt veroorzaakt omdat vrijwel alle nucleaire reactoren zijn stilgelegd na de aardbeving en tsunami van 11 maart 2011. De Japanse regering heeft aangegeven in de komende jaren meer te gaan investeren in groene energieprojecten, zoals zonne- en windenergie. Kyocera, producent van onder meer zonnepanelen, stelt dat de investering in zonne-energie kan lonen omdat de Japanse regering vanaf juli de vergoeding voor teruglevering van groene stroom weer heeft ingesteld. Volgens de initiatiefnemers gaat het project 25 miljard yen kosten (circa 235 miljoen euro).

Bron: Utilities & Tweakers

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Duurzaam
Tags: ,

Nissan Leaf ervaringen

Beste lezer,
Hierbij wil ik graag mijn eerste (ruim 6000 km) rij-ervaringen met u delen met de Nissan Leaf. Deze full-electric auto heb ik nu iets meer dan een half jaar in gebruik en ik heb dus de nodige informatie voor u.

Algemeen rijcomfort
We gaan weer “zoeven” zegt mijn dochter als ze weer eens een ritje met de Leaf gaat maken met me. En inderdaad, je zoeft over de weg, een prettige en comfortabele wegligging gecombineerd met een oorverdovende stilte als je het vergelijkt met een traditionele brandstof auto.

Bij het (fors) wegrijden is er een soort sciencefiction achtig geluid te horen op de achtergrond. Voor de rest bestaat het geluid wat je nog hoort uit wat bescheiden windgeruis en bandengeluid.
Voor de rest niets, heerlijk! (tenzij je de radio of CD speler aan hebt en het geluid van het overige verkeer natuurlijk)

Actie radius
De door mij ervaren actieradius ligt ergens tussen de 125-145 km, afhankelijk van rijstijl en zonder airco of verwarming aan.
Dat klopt wel een heel eind met de opgave van de fabrikant.

Die actieradius wordt echter een stuk kleiner als de temperatuur flink onder het vriespunt komt heb ik ervaren. Naast dat dan de verwarming natuurlijk aan is wat stroom kost, loopt de capaciteit van de accu’s toch wel met zo’n 15% terug is mijn inschatting.
Zo heb ik ervaren dat een ritje van Middelburg naar Oostburg en terug, wat normaal gesproken goed haalbaar is op 1 acculading (een kleine120km), dan ineens niet meer zo vanzelfsprekend is.

Zo kan het gebeuren dat je dan op een vrieskoude winterdag zonder verwarming, maar wel met het zweet in de handen, de laatste 15 km van die rit moet zien te halen!

Een rustige (Eco) rijstijl en goed anticiperen op de verkeerssituatie levert weer veel extra km-ers op.
De auto rijd in de “eco” stand (er is een normale “drive” en een “eco’ stand) rustiger en laad dan nog meer op bij “gas los”en bij het remmen.

Energieverbruik en km kosten
Dat is pas echt lachen, het verbruik is ca. 0,2 kWh/km ofwel 5 km op 1 kWh. (= ca. 4 €ct/km).
De boordcomputer berekend het verbruik en geeft het aan op een te selecteren display.

Het bereik klopt dan ook wel met de ca. 25 kW die de accu’s aan energie kunnen bergen, immers 25 x 5= 125 km.

Met de vrieskou was er dus zeker invloed op het bereik en ook op het energie verbruik.

Het 15% verlies aan rijbereik wordt verhoogd naar ca. 20 – 25% als je de kachel intensief gebruikt in deze vrieskou.
Wat ook opvalt is dat alle sneeuw vastgekoekt blijft op de motorkap en andere niet verwarmde delen, maar goed dat is niet erg.

Ook zonder vrieskou of zomerse hitte (wat ik nog moet gaan ervaren deze zomer als de airco flink moet werken) blijft een wat langere rit vooral een kwestie van rekenen en plannen. Vaak kun je je bestemming wel bereiken, maar kun je ook nog terug? Moet ik tussentijds opladen en kan dat dan wel ergens en hoeveel tijd kost dat? Best lastig, alhoewel het went ook best wel.

Acceleratie
Nog een  positief puntje is de acceleratie.
Volgens de fabrikant kost het minimaal 11 sec. om van stilstand op 100 km/h te komen. Dat is op zich al best snel.
Ik heb hem echter al (weliswaar met de hand geklokt) binnen 10 seconden van stilstand naar 100 op de snelheidsmeter gejaagd.
En dat is echt snel hoor, je voelt de autostoel dan ook in je rug drukken.

Zo kan het gebeuren dat een opgedirkt “spoiler” autootje met dubbele uitlaat bij het stoplicht naast je staat te grommen om je te voorspellen dat hij je straks er even zal uittrekken bij het wegrijden. (u herkent het wel denk ik)
Ik kan het niet laten om dan ook even de maximale versnelling te maken en …..  heel vaak is de Leaf dan sneller.
Aangezien er ook geen schakelmomenten zijn en alle trekkracht bij elke snelheid direct op de weg komt, kun je menigeen achter je laten.

Opladen
Raar is het dat je niet meer naar een tankstation moet, behalve dan om je bandenspanning af en toe te checken, of een bakje koffie te halen. Het is nu Elektriciteit tanken uit het stopcontact of een laadpaal.

Er komen merkbaar meer laadpalen bij in Zeeland. En dat is ook echt nodig om meer onbezorgd op pad kunnen gaan.
Het opladen duurt echter wel een hele tijd, afhankelijk hoe leeg de accu’s zijn tussen de 4 en 8 uur bij de normale laadpaal.
Met een snellader, die met 120 Ampére de accu’s vult, gaat het inderdaad aanmerkelijk sneller. Zo’n 20 minuten om de bijna lege accu’s weer 80% vol te krijgen.
Nu zijn er tegen de 75 “normale” laad palen en slechts 1 snellader in Zeeland. Het is dus wachten op meer snelladers verdeeld over de provincie.
Het mooiste zou  zijn als elk tankstation ook enkele snelladers had.

Er staan 2 nieuw te plaatsen snelladers op het programma via DELTA op strategische punten in Zeeland:
Stond er al 1 in Goes bij (en van) de Nissan dealer, Delta heeft plannen om er 1 te plaatsen in Terneuzen en 1 in Zierikzee.
dat zou mooi zijn, want dan wordt Zeeland echt makkelijk met de elektrische auto te doorkruisen.

Tot zover mijn eerste ervaringen met de Nissan Leaf, later zal ik u meer rij-ervaringen berichten.
Misschien zijn er vragen bij u opgekomen?

Stel ze me gerust, ik beantwoord ze graag!

Groeten, Sjaak Vogel

 

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Duurzaam
Tags: , ,

Zonnecellen steeds efficienter en goedkoper

Mooi hé, zonnepanelen zijn de laatste tijd fors goedkoper geworden en daarmee steeds aantrekkelijker. Als ze ook nog efficienter worden dan snijd het “mes’ aan 2 kanten en gaan we een zonnige (lees duurzame en onafhankelijkere ) wereld tegemoet voor onze energievoorziening.
 
Wat ik me wel afvraag is of de kwaliteit van goedkope (Aziatische) panelen te vergelijken is met de Europeese zonnepanelen.
Zou daar ergens in de wereld een testopstelling voor zijn waaruit onafhankelijke data beschikbaar is/komt??
 
Groeten,
 
Sjaak Vogel
 

Afbeelding-3

Onderzoekers van het FOM-instituut Amolf hebben met collega’s van Philips Research een nieuw type antireflectie-coating ontwikkeld. Met een structuur van silicium nanodeeltjes kan de reflectie van een silicium plak, het basismateriaal voor zonnecellen, worden verlaagd van veertig naar één procent. Hiermee wordt het rendement van zonnecellen aanzienlijk verhoogd. Ook toepassingen in coatings voor lenzen, camera’s en fotodetectoren liggen in het verschiet

Reflectie is een natuurlijk verschijnsel dat zich voordoet wanneer licht invalt op het grensvlak tussen twee materialen. Zo weerspiegelt de zon in een glazen raam omdat zo’n vijf tot tien procent van het licht aan het grensvlak tussen glas en lucht wordt teruggekaatst. Een silicium plak reflecteert zelfs veertig procent van het licht. Voor zonnecellen is dat een probleem, want al dat licht kan niet omgezet worden in elektriciteit. Een ideale zonnecel reflecteert niets en is helemaal zwart. Dat de meeste zonnepanelen een blauwe kleur hebben betekent dus dat ze niet optimaal functioneren.

Er is nu een oplossing voor dit probleem, die op het eerste gezicht heel tegennatuurlijk lijkt. De onderzoekers ontdekten dat als ze de zonnecel bedekken met verstrooiende nanodeeltjes, de silicium plak helemaal zwart wordt. De verrassing is dat het verstrooide licht voor 99 procent de silicium plak in verdwijnt. Slechts één procent van het licht kaatst terug.

Het effect is zo sterk omdat de onderzoekers de afmetingen van de nanodeetjes zo kozen dat er één of meer golflengtes van het licht in pasten. De deeltjes zijn minieme trilholtes die licht heel efficiënt opvangen en vervolgens de silicium plak in geleiden. Het licht wordt dus eerst opgesloten in de nanotrilholtes, draait daarin een paar rondjes, en verdwijnt vervolgens het silicium in. Door de vorm van de trilholtes zo te kiezen werkt dit principe tegelijkertijd voor alle kleuren van het licht, voor het hele spectrum van infrarood tot violet.

De ontdekking werd mogelijk gemaakt dankzij een nieuwe techniek die de onderzoekers ontwikkelden waarmee ze op een groot oppervlak heel nauwkeurig nanodeeltjes konden ’stempelen’. Normaal gebeurt de fabricage van dit soort kleine structuren in een dure cleanroom, maar met een nieuw ontwikkelde stempeltechniek, waarbij een rubber stempel met het gewenste patroon over de silicium plak wordt gerold, is het mogelijk dit nu op een goedkope manier over een heel groot oppervlak te doen.

Prof.dr. Albert Polman, de leider van het onderzoeksteam: “Deze nieuwe methode maakt het mogelijk om perfect absorberende zonnecellen te maken. En het werkt niet alleen voor silicium, maar voor alle sterk reflecterende materialen. De stempeltechniek kan eenvoudig als een roll-to-roll proces in een standaard productieproces worden ingepast. Wat ik vooral interessant vind is de totale verrassing; wie had nou gedacht dat je juist door licht te verstrooien het goed kunt controleren. Verstrooien brengen we meestal in verband met wanorde, maar nu leidt het juist tot uitzonderlijke controle over licht.”

Bron: duurzaamenergie thuis

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Duurzaam
Tags:

Weer Zeeuwse subsidie beschikbaar!

Subsidieregeling voor verbetering woningen Zeeland krijgt vervolg

  foto ANP

foto ANP

 
MIDDELBURG – De Meer Met Minder-regeling in Zeeland krijgt een vervolg.

De subsidieregeling is bedoeld om huizen van particulieren energiezuiniger te maken. Als eigenaren investeren in de verbetering van hun woning kan de premie oplopen tot maximaal 1400 euro.

In totaal is voor 2012 een miljoen euro beschikbaar. De provincie legt daarvan de helft in, de rest is voor rekening van de dertien Zeeuwse gemeenten. Gezamenlijk trokken de provincie en de gemeenten in 2010 al twee miljoen euro uit voor de Meer met Minder-regeling. Dat geld is nu bijna op. Een aantal gemeenten moet voor dit jaar nog geld inleggen. Tot nu toe zijn duizend woningen in Zeeland verbeterd en daarmee is volgens de provincie de doelstelling gehaald.

Woensdagmiddag ondertekenen de provincie, gemeenten en de Stichting Meer met Minder een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

Bron: PZC

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Algemeen
Tags: ,

Invloed energielabel moet nog groeien

Praktische informatie op maat kan impact energielabel vergroten

De huidige invloed van het energielabel bij aankoop- en renovatiebeslissingen van woningeigenaren blijkt beperkt. Maar meer maatwerk kan de invloed van energielabels vergroten. Huishoudens willen graag praktische informatie op maat over energiebesparing in hun eigen woning. Dit blijkt uit een, door ECN geleid, Europees onderzoek. In 10 landen is met enquêtes en interviews onderzocht wat de invloed van het energielabel voor woningen is op de beslissingen van woningeigenaren.

 

Energielabel speelt beperkte rol bij aankoop en verbetering van woning
Het energielabel speelt bij de aankoop van een woning maar een heel beperkte rol. Hoewel officieel verplicht bij verkoop van een woning, hebben in Nederland de meeste verkopers geen label laten opstellen. Wanneer dit wel het geval is wordt het label vaak pas overhandigd bij het tekenen van het contract. De invloed van het energielabel kan verbeteren als al in woningadvertenties zichtbaar is welk energielabel een woning heeft. Europese wetgeving om dit te regelen ligt nu ter goedkeuring bij de Tweede Kamer.

De invloed van energielabels lijkt groter bij woningverbeteringen. Mensen herinneren zich lang niet alle informatie op het label,  maar woningeigenaren die bewuster zijn van de aanbevelingen op het label blijken ook daadwerkelijk vaker energiebesparende maatregelen te hebben getroffen in hun woning.  

Nederlander vindt energielasten minder belangrijk Nederlandse huishoudens vinden energielasten minder belangrijk bij de aankoop van een woning dan huishoudens in Duitsland, Denemarken, Engeland en Finland, hoewel de energielasten in die landen vergelijkbaar zijn met Nederland. 44% van de ondervraagde Nederlanders vindt dit belangrijk tegenover gemiddeld 60% in de andere landen. In alle onderzochte landen geldt overigens dat bij de keuze van een woning uiteindelijk prijs, locatie en grootte doorslaggevend zijn.

In Nederland minder vertrouwen in energielabel dan in andere landen
Dat de energielabels  in Nederland direct bij de invoering negatief in het nieuws zijn gekomen, lijkt het vertrouwen in het label geen goed te hebben gedaan. Uit het onderzoek blijkt dat slechts 31% van de ondervraagde Nederlandse woningeigenaren het energielabel een betrouwbare bron van informatie vindt. In andere landen zoals Denemarken is dit meer dan 50%. Zowel in Nederland als in andere landen worden vrienden en familie gezien als de meest betrouwbare bron van informatie over energiebesparing.

Praktische informatie over financiering en professionals nodig
Zowel het vertrouwen als het gebruik van het energielabel kan toenemen als de informatie op het label meer is toegesneden op de individuele wensen van een woningeigenaar. Gebruikers van het label willen graag betrouwbare informatie over de kosten van energie en de besparingen die mogelijk zijn in hun woning. In plaats van gemiddelde theoretische waarden zou de informatie op het label moeten aansluiten bij de werkelijke energierekening van het huishouden. Verder willen woningeigenaren praktische informatie over waar en wie besparende maatregelen kan aanbrengen en over subsidieregelingen. In Nederland komt steeds meer informatie op maat beschikbaar. Koppelen van het energielabel aan informatie op de website van Meer met Minder, Agentschap NL en Milieucentraal zou  huishoudens verder op weg kunnen helpen naar het nemen van energiebesparende maatregelen.

Energielabel
Het energielabel is tussen 2006 en 2009 in alle landen van de Europese Unie ingevoerd om bij verkoop of verhuur van gebouwen zowel kopers als nieuwe huurders te informeren over het energiegebruik in de woning en over mogelijkheden om energie te besparen.

Bron: ECN.nl

Delen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Google Buzz
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Categorie: Algemeen